gangster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gang·ster
enkelvoud meervoud
naamwoord gangster gangsters
verkleinwoord gangstertje gangstertjes

Zelfstandig naamwoord

gangster m

  1. een lid van een criminele organisatie
    De gangsters sloegen genadeloos toe.