gangster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gang·ster
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Engelse zelfstandige naamwoord gangster
enkelvoud meervoud
naamwoord gangster gangsters
verkleinwoord gangstertje gangstertjes

Zelfstandig naamwoord

gangster m

  1. een lid van een criminele organisatie
    De gangsters sloegen genadeloos toe.
  2. (scheldwoord) iemand die niet deugt
  3. (taalkunde) de vrouwelijke vorm van 'ganger' als tweede lid in samenstellingen van zelfstandige naamwoorden, zoals in dubbelgangster, kerkgangster of voetgangster
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • gang·ster
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Engelse zelfstandige naamwoord gang met het achtervoegsel -ster
enkelvoud meervoud
gangster gangsters

Zelfstandig naamwoord

gangster

  1. gangster
Schrijfwijzen
Synoniemen
Synoniemen