gangster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gang·ster
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Engelse zelfstandige naamwoord gangster
enkelvoud meervoud
naamwoord gangster gangsters
verkleinwoord gangstertje gangstertjes

Zelfstandig naamwoord

gangster m

  1. een lid van een criminele organisatie
    • De gangsters sloegen genadeloos toe. 
  2. (scheldwoord) iemand die niet deugt
  3. (taalkunde) de vrouwelijke vorm van 'ganger' als tweede lid in samenstellingen van zelfstandige naamwoorden, zoals in dubbelgangster of voetgangster
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • gang·ster
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Engelse zelfstandige naamwoord gang met het achtervoegsel -ster
enkelvoud meervoud
gangster gangsters

Zelfstandig naamwoord

gangster

  1. gangster
Schrijfwijzen
Synoniemen
Synoniemen


Slowaaks

Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels

Zelfstandig naamwoord

gangster m

  1. gangster
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /gaŋstɛr/, /gɛŋstr/
Woordafbreking
  • gang·ster
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels

Zelfstandig naamwoord

gangster m bezield

  1. gangster
Verbuiging


Synoniemen
Afgeleide begrippen

Verwijzingen