geil

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geil
enkelvoud meervoud
naamwoord geil -
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord.

Zelfstandig naamwoord

geil o

  1. (informeel) zaadvocht
  2. (informeel) vrouwelijk afscheidingsvocht
Hyponiemen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geil geiler geilst
verbogen geile geilere geilste
partitief geils geilers -

Bijvoeglijk naamwoord

geil

  1. begerig naar bijv. mediageil, publiciteitsgeil
  2. (seksualiteit) seksueel opgewonden, wellustig [1] (ook (pejoratief) [2])
    Wat een geile bok is dat !
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. wellustig etymologiebank.nl
  2. pejoratief etymologiebank.nl