flora

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flo·ra
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord flora flora's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

flora v

  1. het plantenrijk in een bepaalde streek of periode
    • Madagascar heeft een ontzettend rijke flora, met vele soorten die enkel daar voorkomen. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
flora florae
floras

Zelfstandig naamwoord

flora

  1. flora


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

flora g

  1. flora
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   flora     floran     floror     flororna  
genitief   floras     florans     florors     florornas