solide

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • so·li·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Oudfrans, geleend van het Latijnse solidus.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen solide solider soliedst
verbogen solidere soliedste
partitief solides soliders -

Bijvoeglijk naamwoord

solide

  1. stevig, vast, hecht, massief.
  2. betrouwbaar

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.