solide

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • so·li·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Oudfrans, geleend van het Latijnse solidus.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen solide solider meest solide
verbogen solide solidere meest solide

Bijvoeglijk naamwoord

solide

  1. stevig, vast, hecht, massief.
  2. betrouwbaar