facile

Uit WikiWoordenboek

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan Middelfrans, Frans facile.
Woordafbreking
  • fa·cile

Bijvoeglijk naamwoord

facile

  1. gemakkelijk, moeiteloos
  2. (figuurlijk) inschikkelijk, meegaand
  3. (figuurlijk) lui, gemakzuchtig
  4. (scheikunde) zeer reactief

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Woordafbreking
  • fa·cile
  enkelvoud meervoud
  mannelijk  /
  vrouwelijk  
facile faciles

Bijvoeglijk naamwoord

facile

  1. gemakkelijk, moeiteloos
  2. (figuurlijk) zorgeloos
  3. (figuurlijk) lichtzinnig
Overerving en ontlening

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron facile in: Trésor de la langue française informatisé, Dictionnaire de l’Académie française, huitième édition, 1932-1935 (1971-1994) op cnrtl.fr


Italiaans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
mannelijk facile facili
vrouwelijk facile facili

Bijvoeglijk naamwoord

facile

  1. makkelijk