zorgeloos
Uiterlijk
- zor·ge·loos
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | zorgeloos | zorgelozer | zorgeloost |
| verbogen | zorgeloze | zorgelozere | zorgelooste |
| partitief | zorgeloos | zorgelozers | - |
zorgeloos
- onbekommerd, zonder zorgen
1. onbekommerd, zonder zorgen
- Het woord zorgeloos staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zorgeloos" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ www.parool.nl (17 mei 2025)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be