Naar inhoud springen

zorgeloos

Uit WikiWoordenboek
  • zor·ge·loos
  • Afgeleid van zorg met het achtervoegsel -loos en met het invoegsel -e-.
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen zorgelooszorgelozerzorgeloost
verbogen zorgelozezorgelozerezorgelooste
partitief zorgelooszorgelozers-

zorgeloos

  1. onbekommerd, zonder zorgen
    • Ons werd direct een zorgeloze vakantie aangeboden. 
    • Veel mensen denken dat kinderen een zorgeloos leven hebben. Die mensen zijn niet goed bij hun hoofd.[1] 
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]