exploiteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
exploiteren geëxploiteerd
exploitatie
Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·ploi·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
exploiteren
exploiteerde
geëxploiteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

exploiteren

  1. overgankelijk draaiende houden met winst
    • Henk wil graag een bedrijf voor reclamezuilen exploiteren. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Wiktionnaire