exploitant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·ploi·tant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord exploitant exploitanten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

exploitant m

  1. (economie) (beroep) iemand die voor de baat een bepaalde instelling beheert
    • De exploitant van de kerncentrale wilde daarover geen uitspraak doen. 
Hyponiemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie