ember

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

enkelvoud meervoud
ember embers

Zelfstandig naamwoord

ember

  1. sintel, gloeiende kool
ember


Hongaars

Uitspraak
  • IPA: /ˈɛmbɛr/

Zelfstandig naamwoord

ember

  1. mens
    «Minden emberi lény szabadon születik és egyenlő méltósága és joga van.»
    Alle mensen zijn vrij geboren en hebben gelijkwaardigheid en gelijkheid.
Uitdrukkingen en gezegden
  • Ember embernek farkasa.
De mens is een wolf voor zijn medemens.
  • Ember tervez , Isten végez.
De mens wikt , maar God beschikt.
  • Emberi jogok.
Mensenrechten.
  • Ember embernek szent.
De mens is iets heiligs voor de mens
  • Ember embernek embere.
De mens' is voor de mens een mens
  • Emberfalu.
Mensendorp (Jungle Boek)
  • Az ember gyermeke.
Children of men. (film)
  • 'Emberek a havason.
People of the moutains. (film)
  • Minder ember embert.
Elk mens heeft een mens nodig.
Verbuiging


Indonesisch

Woordafbreking
  • em·ber
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

ember

  1. emmer
Afgeleide begrippen