dub

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dub
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord dub dubs
verkleinwoord dubje dubjes

Zelfstandig naamwoord

dub v/m

  1. (muziek) een extra geluid dat ingebracht wordt in een bestaand geluidsfragment
    • Daar moet nog een dub ingevoegd worden. 
  2. een techniek die bij reggae gebruikt wordt voor het verkrijgen van bepaalde akoestische karakteristieken
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
dubben

dub

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dubben
    • Ik dub. 
  2. gebiedende wijs van dubben
    • Dub! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dubben
    • Dub je? 

Gangbaarheid

Verwijzingen


Nedersorbisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Slavische *dǫbъ

Zelfstandig naamwoord

dub m

  1. (plantkunde) eik


Oppersorbisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Slavische *dǫbъ

Zelfstandig naamwoord

dub m

  1. (plantkunde) eik
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie


Slowaaks

Uitspraak
Woordafbreking
  • dub
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Slavische *dǫbъ

Zelfstandig naamwoord

dub m

  1. (plantkunde) eik; een geslacht van loofbomen
  2. eikenhout; het hout van een eik
Hyperoniemen
  1. listnatý strom m, rastlina v
  2. drevo o
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Typische woordcombinaties
Uitdrukkingen en gezegden

Meer informatie


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • dub
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Slavische *dǫbъ

Zelfstandig naamwoord

dub monbezield

  1. (plantkunde) eik; een geslacht van loofbomen
  2. eikenhout; het hout van een eik
Verbuiging
Hyperoniemen
  1. listnatý strom monbezield, strom monbezield, rostlina v
  2. dřevo o
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Spreekwoorden
Anagrammen

Meer informatie

Verwijzingen