dub

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dub
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord dub dubs
verkleinwoord dubje dubjes

Zelfstandig naamwoord

dub v/m

  1. (muziek) een extra geluid dat ingebracht wordt in een bestaand geluidsfragment
    • Daar moet nog een dub ingevoegd worden. 
  2. een techniek die bij reggae gebruikt wordt voor het verkrijgen van bepaalde akoestische karakteristieken
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
dubben

dub

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dubben
    • Ik dub. 
  2. gebiedende wijs van dubben
    • Dub! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dubben
    • Dub je? 

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl