Naar inhoud springen

dominant

Uit WikiWoordenboek
  • do·mi·nant
enkelvoud meervoud
naamwoord dominant dominanten
verkleinwoord dominantje dominantjes

dedominantv/m

  1. (muziek) hoofdtoon, de toon of een akkoord op de vijfde trede van een toonladder
  2. (genetica) overheersende erfelijke factor
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen dominantdominanterdominantst
verbogen dominantedominanteredominantste
partitief dominantsdominanters-

dominant

  1. overheersend.
  2. (biologie) de werking van andere factoren onderdrukkend
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
stellend vergrotend overtreffend
dominantmore dominantmost dominant

dominant

  1. dominant, overheersend
enkelvoud meervoud
dominant dominants

dominant

  1. iets wat/iemand die domineert, overheerst
  2. (muziek) dominant [2]
  3. (genetica) dominant [3]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  dominant     le dominant     dominants     les dominants  

dominant m

  1. iest wat/iemand die domineert, overheerst

dominant

  1. tegenwoordig deelwoord (participe présent) van dominer
  enkelvoud meervoud
  mannelijk   dominant dominants
  vrouwelijk   dominante dominantes

dominant

  1. dominant, overheersend
  2. (genetica)  dominant bn