recessief
Uiterlijk
- re·ces·sief
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | recessief | recessiever | recessiefst |
| verbogen | recessieve | recessievere | recessiefste |
| partitief | recessiefs | recessievers | - |
recessief [1]
- (genetica) (van erfelijke eigenschappen van een diploïd organisme:) als deze eigenschap alleen tot uiting (expressie) komt, wanneer een dominant allel ontbreekt
- Het woord recessief staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "recessief" herkend door:
| 93 % | van de Nederlanders; |
| 91 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ief in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Genetica in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 93 %
- Prevalentie Vlaanderen 91 %