erfelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • er·fe·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen erfelijk erfelijker erfelijkst
verbogen erfelijke erfelijkere erfelijkste
partitief erfelijks erfelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

erfelijk

  1. (medisch) wat op genetische wijze door nazaten verkregen kan worden
    • Er zijn veel erfelijke ziektes. 
  2. (leenstelsel) overdraagbaar op de erfgenaam
    • Het stadhouderschap werd met Willem IV erfelijk. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie