doktor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • dok·tor
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse zelfstandige naamwoord doctor (= leraar), dat van het Latijnse werkwoord docere (= leren) komt
Naar frequentie 775
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   doktor     doktoren     doktorer     doktorerne  
genitief   doktors     doktorens     doktorers     doktorernes  

Zelfstandig naamwoord

doktor, g

  1. (wetenschap) doctor
Afgeleide begrippen


Fries

Zelfstandig naamwoord

doktor

  1. (wetenschap) doctor


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • dok·tor
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse zelfstandige naamwoord doctor (= leraar), dat van het Latijnse werkwoord docere (= leren) komt
Naar frequentie 775
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   doktor     doktoren     doktorer     doktorene  
genitief   doktors     doktorens     doktorers     doktorenes  

Zelfstandig naamwoord

doktor, m

  1. (wetenschap) doctor
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • dok·tor
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse zelfstandige naamwoord doctor (= leraar), dat van het Latijnse werkwoord docere (= leren) komt
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   doktor     doktoren     doktorar     doktorane  

Zelfstandig naamwoord

doktor, m

  1. (wetenschap) doctor
Afgeleide begrippen


Pools

Zelfstandig naamwoord

doktor m

  1. (wetenschap) doctor
Verbuiging


Tagalog

Zelfstandig naamwoord

doktor

  1. (wetenschap) doctor


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /dɔktɔr/

Zelfstandig naamwoord

doktor m bezield

  1. (wetenschap) doctor
  2. (medisch) (beroep) (spreektaal) arts, dokter
Verbuiging


Synoniemen
  1. -
  2. lékař m bezield
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Verwijzingen


Zweeds

Woordafbreking
  • dok·tor
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   doktor     doktorn     doktorer     doktorerna  
genitief   doktors     doktorns     doktorers     doktorernas  

Zelfstandig naamwoord

doktor, g

  1. (wetenschap) doctor