deurwaarder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • deur·waar·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord deurwaarder deurwaarders
verkleinwoord deurwaardertje deurwaardertjes

Zelfstandig naamwoord

deurwaarder m

  1. (juridisch) (beroep) gerechtelijk ambtenaar die voornamelijk assisteert bij rechtszaken, exploten en executien doet, verkoopingen houdt, dagvaardingen uitbrengt en beslagen legt
    • - Indien u binnen twee weken de schulden nog niet afbetaald heeft, sturen wij een deurwaarder naar uw woonadres. 
    • - Helaas kruipt het incassobloed waar het niet gaan kan. In een recent schuldsaneringsdossier zat een opgave door de deurwaarder van de vordering van zijn cliënte. De hoofdsom, wegens een teleshopbestelling, bedroeg € 76,94. De schuld was opgelopen tot € 866,65. Hoe kan dat nu ? De kosten waren toch gelimiteerd ?[3] 
  2. (verouderd) deurwachter
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen