deurklink

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • deur·klink
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord deurklink deurklinken
verkleinwoord deurklinkje deurklinkjes

Zelfstandig naamwoord

deurklink v / m

  1. (techniek) de klink die op een deur is aangebracht en die is bestemd om deze te kunnen openen (en sluiten)
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen