deurknop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deurknop

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • deur·knop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord deurknop deurknoppen
verkleinwoord deurknopje deurknopjes

Zelfstandig naamwoord

deurknop m

  1. een handvat waarmee men een deur kan openen of (af)sluiten
    • De oude deurknop paste niet bij de nieuwe deur. 
     Jeroen legde zijn hand op de deurknop en draaide. Tot hun grote verbazing was de deur niet op slot. Jeroen duwde voorzichtig, waarna ze het kantoor binnenstapten.[1]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be