deurknop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deurknop

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • deur·knop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord deurknop deurknoppen
verkleinwoord deurknopje deurknopjes

Zelfstandig naamwoord

deurknop m

  1. een handvat waarmee een deur wordt geopend of gesloten
    • De oude deurknop paste niet bij de nieuwe deur. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie