deemstering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • deem·ste·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord deemstering deemsteringen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

deemstering v

  1. de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
    • De deemstering komt vroeg in de winter. 
  2. tussen licht en donker, op de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
    • Door de deemstering kon hij enkel de vage contouren van zijn vrienden onderscheiden. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid