schemering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
Schemering.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sche·me·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schemering schemeringen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

schemering v

  1. de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
    • Tijdens de schemering heb je de beste kans reeën te zien. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen