Naar inhoud springen

dageraad

Uit WikiWoordenboek
Dageraad in Ierland
  • da·ge·raad
enkelvoud meervoud
naamwoord dageraad dageraden
verkleinwoord - -

dedageraadm

  1. het aanbreken van de nieuwe dag [3], de tijd net voor zonsopkomst
    • De dageraad gloort. 
     In haar hoofd vermengt Rezeki's rode vlek zich met Marens bebloede doeken, en ze strompelt de voordeur uit, het bordes af, de dageraad tegemoet.[3]
     Sinds de dageraad zijn er veertig minuten verstreken en schuchter komt uit het oosten de schaduw van de nacht binnenschuiven.[4]
97 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[5]