debiteur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·bi·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord debiteur debiteuren, debiteurs
verkleinwoord debiteurtje debiteurtjes

Zelfstandig naamwoord

debiteur m

  1. (boekhouding) iemand die iets (meestal geld) aan iemand anders verschuldigd is
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl