dansen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dan·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dansen
danste
gedanst
zwak -t volledig

Werkwoord

dansen

  1. (inergatief) sierlijk en ritmisch bewegen, gewoonlijk op muziek
    Er werd gedanst op muziek uit de jaren dertig.
    Mag ik met je dansen vroeg de verlegen jongen aan het meisje.
  2. niet stilstaan
    Door de enorme vermoeidheid dansten de letters voor mijn ogen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

dansen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dans