dansen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dan·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dansen
danste
gedanst
zwak -t volledig

Werkwoord

dansen

  1. (inergatief) sierlijk en ritmisch bewegen, gewoonlijk op muziek
    Er werd gedanst op muziek uit de jaren dertig.
    Mag ik met je dansen vroeg de verlegen jongen aan het meisje.
  2. niet stilstaan
    Door de enorme vermoeidheid dansten de letters voor mijn ogen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
aan een gevaar ontkomen
  • De poppen aan het dansen hebben
Problemen hebben door iets
  • Met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen
Nooit! (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs)
  • Te dom zijn om voor de du(i)vel te dansen
heel erg dom zijn
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

dansen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dans

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie