danser

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dan·ser
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van de werkwoordstam van dansen met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord danser dansers
verkleinwoord dansertje dansertjes

Zelfstandig naamwoord

danser m

  1. (beroep) mannelijk persoon die danst
    • Hij is een beroemd danser. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Frans

Uitspraak
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
danser
dansais
dansé
eerste groep volledig

Werkwoord

danser

  1. dansen
Anagrammen