gedans

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·dans
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gedans
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gedans o

  1. het bezig zijn met dansen
    • De meningen over de act zijn nog steeds tot op het bot verdeeld. De één vindt het gedans een fraaie toevoeging, anderen vinden dat het afleidt van Waylon en zijn songfestivallied.[1] 
    • En de perfectionistische Londense ging opvallig luchtig om met een paar 'fuck ups' tijdens haar vertolking van River Lea. Eerst moest ze opnieuw beginnen, omdat ze buiten adem was van gedans bij het vorige nummer. "Dat ben ik niet gewend", riep ze uit. [2] 

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Tubantia T. Tates 4 mei 2018 Nog weinig animo voor openluchtconcertjes Waylon in Eurovisiestad Lissabon
  2. Tubantia L. van Wijk 10 januari 2017 'Adele vloekt 33 keer in 90 minuten op Glastonbury'
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be