dansmarieke

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

dansmariekes
Uitspraak
Woordafbreking
  • dans·ma·rie·ke
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dansmarieke dansmariekes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dansmarieke o

  1. meisje dat in uniform marcheert tijdens de carnavalsfeesten
    • Het dorp (1.750 inwoners, veertig sport- en andere verenigingen) had één keer eerder, in 2009, zo’n driespan als leider tijdens de carnaval. Grotenrath: „Dat waren onze mannen. Superleuk. De afgelopen jaren zeiden we als vrouwen steeds vaker dat we dat ook zouden kunnen, en misschien wel beter. Vorig jaar hebben we ons bij Frans Derksen gemeld.” De wijzen hebben er even over na moeten denken, geeft Derksen toe. „Wij waken scherp over de waarden en normen van carnaval. Maar je moet ook een beetje met de tijd meegaan. We zijn hier bijvoorbeeld ook wat rekkelijker met de carnavalsmuziek. Daar mogen best een beetje house- en popinvloeden in doorklinken.” Niet dat de revolutie in Eys nu compleet is. Normaal worden prinsen na hun carnaval gevraagd lid te worden van De Öss. Dat gaat de drie vrouwen niet overkomen. Derksen: „Lidmaatschap blijft iets voor mannen. Anders zou de verenigingscultuur te veel veranderen. Vrouwen mogen wel bestuurlijk werk doen of optreden als dansmarieke.” Prins Michelle vindt het geen probleem: „Het is al leuk dat we mee op pad mogen.”[3] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen