conserveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·ser·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
conserveren
conserveerde
geconserveerd
zwak -d volledig

Werkwoord

conserveren

  1. overgankelijk verduurzamen, tegen bederf beschermen
    Je kunt deze vruchten ook conserveren.
  2. overgankelijk in stand houden van iets
    Dit oude monument is goed geconserveerd.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl