Naar inhoud springen

bederf

Uit WikiWoordenboek
  • be·derf
enkelvoud meervoud
naamwoord bederf -
verkleinwoord

het bederfo

  1. een proces van aantasting en verslechtering dat iets onbruikbaar maakt
    • Een koelkast beschermt etenswaar enige tijd tegen bederf. 
vervoeging van
bederven

bederf

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bederven
    • Ik bederf. 
  2. gebiedende wijs van bederven
    • Bederf! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bederven
    • Bederf je? 
99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
bederf
bederf
volledig

bederf

  1. overgankelijk bederven
    «Te veel melk bederf hul eetlus.»
    Te veel melk bederft hun eetlust.
enkelvoud meervoud
naamwoord bederf -

bederf

  1. bederf