conductrice

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·duc·tri·ce
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord conductrice conductrices
verkleinwoord conductricetje conductricetjes

Zelfstandig naamwoord

conductrice v [1]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen