-rice

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Huidig
bestand
22
Uitspraak
Woordafbreking
  • -ri·ce
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Frans (daarvoor van de Latijnse uitgang -(t)rix)
enkelvoud meervoud
naamwoord -rice -rices
verkleinwoord -ricetje
-riceje
-ricetjes
-ricejes

Achtervoegsel

-rice v

  1. ter vorming van vrouwelijke persoonsnamen naast mannelijke persoonsnamen op -eur
  • met een werkwoord als grondwoord dan
  1. de vrouw die de genoemde handeling verricht (b.v. directrice) of
  2. instrument of ander middel waarmee de in het grondwoord genoemde handeling wordt verricht
Verwante begrippen
Hyponiemen

Gangbaarheid