compact

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pact
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen compact compacter compactst
verbogen compacte compactere compactste
partitief compacts compacters -

Bijvoeglijk naamwoord

compact [3]

  1. ruimte beperkende uitvoering, gedrongen
  2. in bezit van een hoge dichtheid, dicht
  3. zich beperkend tot de essentie
    • deze samenvatting was wel heel compact 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen