case

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • case
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord case cases
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

case m

  1. afzonderlijke situatie in de werkelijkheid die nauwkeuriger wordt bekeken
    • Er zijn verschillende figuren in de geschiedenis van de neerlandistiek geweest die zowel een rol in het academische als in het niet-academische veld vervulden. Een mooie eerste case vormt de zojuist genoemde criticus en dichter Albert Verwey, die in 1925 tot hoogleraar Nederlandse letterkunde in Leiden werd benoemd. [2]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

naar de vorm: ook ontleend aan het Engels, in een vergelijkbare betekenis:

naar de vorm: ook ontleend aan het Engels, in een andere betekenis:

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
case cases

Zelfstandig naamwoord

case

  1. geval
  2. kist, krat


Middelnederlands

Zelfstandig naamwoord

case

  1. (voeding) kaas


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
casar

case

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van casar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van casar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van casar
vervoeging van
casarse

case

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van casarse
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van casarse
  3. gebiedende wijs (ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van casarse