casar
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| tegenw. tijd |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| caso | casava | casat |
| 1e vervoeging | volledig | |
casar
- ca·sar
casar
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| casar |
casaba |
casado |
| volledig | ||
- onovergankelijk (~ con) samengaan met, overeenstemmen met
- overgankelijk trouwen
- uithuwelijken
- verbinden, samenvoegen
- (juridisch) casseren, vernietigen (van vonnis)
Categorieën:
- Woorden in het Catalaans
- Werkwoord in het Catalaans
- Werkwoord van de eerste vervoeging in het Catalaans
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 5
- Woorden in het Spaans met audioweergave
- Werkwoord in het Spaans
- Onovergankelijk werkwoord in het Spaans
- Overgankelijk werkwoord in het Spaans
- Juridisch in het Spaans