canto

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • can·to
enkelvoud meervoud
canto cantos

Zelfstandig naamwoord

canto m

  1. zang, gezang, (het) zingen, zangkunst
  2. rand, kant, zijkant, boord
  3. korst (v/h brood)
Synoniemen
Verwijzingen

Werkwoord

vervoeging van
cantar

canto

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van cantar