korst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • korst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord korst korsten
verkleinwoord korstje korstjes

Zelfstandig naamwoord

korst v/m

  1. een harde buitenste laag om iets dat verder relatief zacht is
    Kinderen willen vaak de korst van hun brood niet opeten.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
korsten

korst

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van korsten
  2. gebiedende wijs van korsten
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl