cache

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cache
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Frans of Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord cache caches
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

cache v / m [1]

  1. (informatica) tijdelijk geheugen voor snelle toegang (tot schijfgegevens), cachegeheugen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal


Frans

Werkwoord

vervoeging van
cacher

cache

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van cacher
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van cacher
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van cacher


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
cachar

cache

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van cachar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van cachar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van cachar


Tsjechisch

Uitspraak


Woordafbreking
  • cache


Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels

Zelfstandig naamwoord

cache v

  1. (elektrotechniek) cache
Verbuiging
Schrijfwijzen
Synoniemen


Verwijzingen

Meer informatie