brauwen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: brouwen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brau·wen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
brauwen
brauwde
gebrauwd
zwak -d volledig

Werkwoord

brauwen

  1. (valkerij) het dichtnaaien van de oogleden van de vogel met een zijden draad, zoals dit gebruikelijk was voor de huif werd ingevoerd
    • In sommige streken van India wordt mogelijk nog gebrauwd. 
  2. overgankelijk (scheepvaart) het dichten van de naden van de scheepshuid met vezels en pek
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

brauwen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord brauw

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders;
38 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be