brassen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bras·sen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘slempen’ voor het eerst aangetroffen in 1540 [1]
  • [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
brassen
braste
gebrast
zwak -t volledig

Werkwoord

brassen [4] [5] [6]

  1. onovergankelijk overmatig eten of drinken [7]
  2. (verouderd) bier brouwen [8]
  3. overgankelijk (scheepvaart) (de ra's, de zeilen) door middel van de brassen in de juiste positie brengen [9]
  4. (studententaal) volgens bepaalde regels stoeien binnen een studentenvereniging
  5. (studententaal) een erestrijd voeren met een andere studentenvereniging, waarbij wordt gepoogd bepaalde vereniginsobjecten te stelen
Synoniemen

[1] slempen, schransen

Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

brassen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bras

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[10]

Verwijzingen