brandweerauto

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brand·weer·au·to
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brandweerauto brandweerauto's
verkleinwoord brandweerautootje brandweerautootjes

Zelfstandig naamwoord

brandweerauto m

  1. (verkeer) signaalrode wagen voorzien van een sirene waarmee de brandweer uitrukt om hulp te leveren
     Terwijl ik een tweede blikje opentrok zag ik opeens in de verte een zwarte rookpluim. Binnen een paar minuten reden er een aantal brandweerauto’s langs de camping.[1]
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be