neurobioloog
Uiterlijk
- neu·ro·bio·loog
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | neurobioloog | neurobiologen |
| verkleinwoord | neurobioloogje | neurobioloogjes |
de neurobioloog m
- (biologie) (beroep) bioloog die zich bezig houdt met de tak van de biologie (neurobiologie) die de werking van het zenuwstelsel bestudeert
- Neurobioloog Dick Swaab (81): ‘Ik kreeg bewaking toen ik publiceerde over een hersenverschil tussen homoseksuele en heteroseksuele mannen’[1]
- Het woord neurobioloog staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.