wetenschapper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • we·ten·schap·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wetenschapper wetenschappers
verkleinwoord wetenschappertje wetenschappertjes

Zelfstandig naamwoord

wetenschapper m

  1. (beroep), (wetenschap) iemand die de wetenschap beoefent
    • Er is in dat gebouw een conferentie van wetenschappers. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie