biologen
Uiterlijk
- Geluid: biologen (hulp, bestand)
- IPA: / ˌbijoˈloɣə(n) / (4 lettergrepen)
- (Noord-Nederland): /ˌbioˈloχə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˌbioˈloɣə(n)/
- bio·lo·gen
de biologen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bioloog
- ▸ In de tweede plaats achten vooraanstaande Franse medici en biologen het heel waarschijnlijk dat mannen in de naaste toekomst zwanger kunnen worden.[1]
- ▸ Op een Antarctische onderzoeksbasis hebben een paar migratiebiologen zojuist hun kamp opgezet voor de jaarlijkse komst van de noordse sternen.[2]
- ▸ Waar evolutionair biologen ophouden, daar gaan Dunn en andere sibling scientists verder.[3]
- Het woord biologen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Hans Achterhuis“De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9026315244 - ↑ Samantha Harvey“In Orbit” (2024), De Bezige Bij
, ISBN 9789403135625 - ↑ Lynn Berger“De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697