Naar inhoud springen

bedreigen

Uit WikiWoordenboek
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
bedreigenbedreigend
bedreiging
  • be·drei·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedreigen
bedreigde
bedreigd
zwak -d volledig

bedreigen

  1. overgankelijk iemand bang maken
    • Hij bedreigde hem met een mes. 
     Je had heel geconcentreerd naar hem geluisterd en toen hij klaar was begon je hem heel kalm, met een stem die me rillingen over mijn hele lijf gaf, te bedreigen.[1]
  2. een gevaar zijn
     Het dier kan een parasiet met zich meedragen die rattenlongworm wordt genoemd en hersenvliesontsteking kan veroorzaken bij mensen en vee. Het dier bedreigt met zijn eetlust ook landbouwgewassen, schrijft de Amerikaanse krant USA Today.[2]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125
  2. Bronlink geraadpleegd op 2 juli 2022 Weblink bron “Delen Florida in quarantaine door megaslak met rattenlongworm” (02 jul 2022), NU.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be