bedreiger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·drei·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van de werkwoordstam van bedreigen met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord bedreiger bedreigers
verkleinwoord bedreigertje bedreigertjes

Zelfstandig naamwoord

bedreiger m

  1. iemand die gevaar oplevert.
    • De bedreiger werd door de politie gearresteerd. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.