threaten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to threaten
he/she/it threatens
verleden tijd threatened
voltooid
deelwoord
threatened
onvoltooid
deelwoord
threatening
gebiedende wijs threaten

Werkwoord

threaten

  1. onovergankelijk dreigen
    «He threatened to leave if they did not listen.»
    Hij dreigde met opstappen als ze niet luisteren wilden.
  2. overgankelijk bedreigen
    «He threatened the woman with a knife.»
    Hij bedreigde de vrouw met een mes.