backbone

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • back·bone
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord backbone backbones
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

backbone m

  1. het centrale en stevigste onderdeel van een constructie, de ruggengraat van een constructie
     "De afwikkeling van de overdracht van het warmtenet en de aanleg van de 'backbone' heeft grotere financiële consequenties dan werd aangenomen bij de besluitvorming in juli", aldus het college.[1]
     Wij hebben alles aan elkaar gemaakt, dus de verbindingen tussen de looppijpen en de backbone, zeg maar de ruggengraat.[2]
  2. een stelsel van zeer snelle computerverbindingen waarlangs het gegevensverkeer loopt van de netwerken die op de backbone zijn aangesloten
Synoniemen

Gangbaarheid

70 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Groeiende zorgen over Warmtenet Hengelo” (10-01-2017), Tubantia
  2. Bronlink Weblink bron Nico Snels “De oude Python is versleten, de nieuwe komt eraan: zo wordt hij gebouwd” (09-12-2017), Tubantia