auslosse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • aus·los·se
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Pennsylvania-Duitse werkwoord losse met het voorvoegsel aus-
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
auslosse
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
(hot) ausgelosst
enkelvoud meervoud
1e persoon ich loss aus mir losse aus
2e persoon du loscht aus dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
loscht aus
losse aus
loscht aus
losse aus
losse aus
3e persoon er losst aus sie losse aus
sie losst aus
es losst aus

Werkwoord

auslosse

  1. overgankelijk (van een zoom) uithalen
  2. overgankelijk bekendmaken, openbaren
  3. overgankelijk (van zijn woede op iemand) koelen
  4. overgankelijk zijn mening zeggen
  5. overgankelijk verzuimen, ongelegen laten
Uitdrukkingen en gezegden
  • [5]: nix auslosse
niets ongelegen laten
Opmerkingen