augustusdag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·gus·tus·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord augustusdag augustusdagen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

augustusdag m

  1. dag in de achtste maand van het jaar
    • Aan de rand van zijn grote vijver noteert de dokter op die loeihete augustusdag in het voorlaatste oorlogsjaar de hoogste temperatuur ooit in Nederland gemeten: 38,6 graden. [1] 
    • De tocht der tochten werd het laatst gehouden in 1997, de zomer daarvoor telde 1 tropische augustusdag. In de zomers voor 1986, 1985 en 1963 telde augustus 0 dagen waarin de temperatuur in Twente boven de 30 graden uitkwam. [2] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen