augurk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Augurken.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·gurk
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘kleine komkommer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1651 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord augurk augurken
verkleinwoord augurkje augurkjes

Zelfstandig naamwoord

augurk v

  1. kleine, in het zuur ingemaakte komkommer
    • De augurk behoort plantkundig gezien tot dezelfde soort als de komkommer. 
    • De zwangere vrouw at de hele dag augurken. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen