aster

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1633 [1]
  • van Latijn aster [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord aster asters
verkleinwoord astertje astertjes

Zelfstandig naamwoord

aster v/m

  1. (plantkunde) Asteraceae, een tuinplantenfamilie met blauwe, witte, paarse of roze bloemen
  2. een bloem van de aster
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Tsjechisch

Uitspraak


Woordafbreking
  • aster

Zelfstandig naamwoord

aster m onbezield

  1. (plantkunde) aster
Verbuiging
Synoniemen


Verwijzingen

Zelfstandig naamwoord

aster

  1. genitief meervoud van astra