archief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·chief
enkelvoud meervoud
naamwoord archief archieven
verkleinwoord archiefje archiefjes

Zelfstandig naamwoord

archief o

  1. plaats waar (meestal oude) documenten opgeslagen en verzameld worden
    In het Nationaal Archief in Den-Haag wordt veel geschiedkundig onderzoek gedaan.
  2. verzameling documenten die zijn gemaakt en/of ontvangen door een persoon of organisatie
    Een huisarts moet zijn patiëntenarchief goed bijhouden.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie