archief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·chief
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘verzameling van geschreven stukken’ voor het eerst aangetroffen in 1462 [1]
  • uit het Latijn [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord archief archieven
verkleinwoord archiefje archiefjes

Zelfstandig naamwoord

archief o

  1. plaats waar (meestal oude) documenten opgeslagen en verzameld worden
    • In het Nationaal Archief in Den-Haag wordt veel geschiedkundig onderzoek gedaan. 
  2. verzameling documenten die zijn gemaakt en/of ontvangen door een persoon of organisatie
    • Een huisarts moet zijn patiëntenarchief goed bijhouden. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen